Zelf voor de camera staan is spannend – en precies daarom zo waardevol.
Ik maak zelfportretten om te voelen wat mijn klanten voelen. Hoe het is om bekeken te worden, om kwetsbaar te zijn, om jezelf terug te zien in een beeld. Het leert me enorm veel – over mezelf, over licht en compositie, over hoe houdingen werken en hoe je jezelf ook kunt verzachten of juist laten zien.
In elk zelfportret zit een stukje onderzoek:
-
Wat gebeurt er als ik mijn lichaam anders houd?
-
Hoe kan ik iets verbergen zonder het te ontkennen?
-
Wat zegt mijn blik, mijn houding, mijn licht?
-
Wat zie ik als ik écht kijk?
Door mezelf te fotograferen leer ik hoe belangrijk het is om veiligheid te voelen. Om zachtheid toe te laten. En om schoonheid te zien in wat ik misschien eerst liever verborg. Die ervaring neem ik mee in elke shoot die ik met anderen doe.
Vaak spelen bloemen een rol in mijn beelden — vooral tulpen. Hun vorm, kwetsbaarheid en kracht raken iets dat ik moeilijk in woorden kan vatten. Ze staan voor groei, loslaten en durven bloeien — net als wij.
Deze beelden zijn niet perfect. Maar ze zijn wél echt.
En dat is precies de bedoeling.






















